zondag 22 november 2009

Hoofdstuk 69: Verdriet om Taco

La Oratava, 20 maart 1974


Lieve allemaal,

Wij hebben een vervelende en droevige tijd achter de rug, Taco is dood!
We merkten al een tijdje dat het beestje lusteloos was, hij at steeds minder en tenslotte ging het lopen hem ook steeds slechter af. Toen wij begrepen dat het niet om een ziekte van voorbijgaande aard was zijn Fieke en ik naar de dierenarts gereden. Taco was zo zwak dat we hem in een kartonnen doos op een dekentje hebben vervoerd. De dierenarts constateerde, en daar waren al bang voor, dat het om de hondenziekte ging. Hij vertelde ons, althans aan Fieke want ik verstond er geen bal van, dat de kans op genezing nihil was en dat er maar één oplossing was en wel de spuit! Hij vroeg waar het hondje vandaan kwam en toen Fieke hem vertelde dat Taco uit een kennel kwam en ook papieren had dat hij tegen hondenziekte was ingeënt, keek hij alleen maar bedenkelijk. Hij zei het niet met zoveel woorden, maar het kwam er op neer dat de kennel niet zo goed bekend staat en ze het ook niet zo nauw nemen met een en ander, met andere woorden, er wordt daar met papieren geknoeid!
Maar op dat moment was het natuurlijk niet onze grootste zorg, wel het moment dat de arts een injectienaald in Taco liet verdwijnen en dat terwijl dat lieve beest ons zó hulpeloos en treurig aankeek. Daarna konden wij, maar niet voordat er betaald moest worden, met de doos en onze verdoofde Taco naar de auto. Fieke had de doos op haar schoot en ze voelde de laatste stuiptrekkingen van onze Snuffeltje. Ik zeg het zonder schroom, we zaten te janken als kleine kinderen.
Thuisgekomen hebben wij op het braakliggende terrein voor ons huis een gat gegraven en Taco met doos en al begraven. En toen kwam er nog zo’n vervelend moment en dat was Rimsky’s thuiskomst uit school. Het eerste wat hij vroeg was natuurlijk hoe en waar Snuffeltje, zoals wij Taco meestal noemden, was. Fieke vertelde hem dat hij zo ziek was en nu in de hemel was. ”Oh,” zei hij, ”dan is hij nu bij Jezus!” Ja, de katholieke school doet zijn werk goed. Maar ’s middags had hij, samen met zijn Spaanse vriendinnetjes het graf op het landje ontdekt en had het weer uitgegraven! Kwaad kwam hij naar binnen stormen om Fieke te beschuldigen dat ze had gelogen want Snuffeltje was helemaal niet in de hemel maar lag nog gewoon in een doos! Hoe leg je zoiets uit aan een kind?
Wij hebben alles weer netjes ingegraven en langzamerhand is Rimsky het voorval vergeten. Ook het feit dat we verhuisplannen hebben werkte daar aan mee. Gisteren ontvingen wij een brief van Fieke haar ouders en daarin vertelden ze ons dat ze in april naar Tenerife willen komen om ons te bezoeken. Fieke was blij verrast en verheugt zich enorm. Fijn voor haar dat ze eindelijk haar ouders op bezoek krijgt. Alleen, ons huis in La Oratava zullen ze niet meer zien omdat wij net besloten hebben om in Puerto de la Cruz te gaan wonen. We kregen een tip van een iemand die Fieke goed kent dat er een mooi huis te huur was, groot genoeg om in te wonen en zelfs om de zaak er in te huisvesten. Wij hadden het er al over gehad om het huis boven ons maar op te geven, want het kost een hoop geld en ik kan het uit de studio-opbrengsten voorlopig niet bekostigen. Ook de samenwerking met Didier (onze lachende huisgeit) is beëindigd. Elke opdracht die hij moest uitvoeren moest ik overmaken en buiten het feit dat het veel tijd kostte begon het ook behoorlijk duur te worden, grafische materialen zijn nou eenmaal niet goedkoop. Verder had ik het idee dat Didier niet begreep waar hij mee bezig was. Dus hebben wij een serieus gesprek gevoerd en heb ik hem meteen verteld dat wij gingen verhuizen en voor hem daar geen plaats was. Wel zijn wij als goede vrienden uit elkaar gegaan, maar ik had wel medelijden met hem, hij vond het hier veel prettiger dan bij de cerámica van Vincente.
Inmiddels is Theo hier ook al een paar keer geweest en we hebben elkaar maar weer de hand geschud. Tenslotte hebben wij door Donde y Que veel met elkaar te maken. Hij brengt kopij en advertentiemateriaal en ik moet het dan op de composer zetten en de advertenties maken. Verder gaan we weer samen naar onze drukker Maype in Santa Cruz en op de terugweg hebben wij dan gewoontegetrouw een kleine pauze in een restaurant even voorbij het vliegveld van Los Rodeos. ’Los Limones’, zoals die zaak heet, heeft de heerlijkste tapas waarvan wij de pulpo (inktvis) het lekkerste vinden. Hoe ze het maken weet ik niet, maar er zitten kleine stukjes paprika, tomaat, olijven en natuurlijk inktvis in een zoetzure heldere olie/azijnsaus. We zijn er bijna niet weg te slaan. Nee, Theo vindt het maar niks dat de hele studio nu bij mij zit, maar belangrijker, hij begint er aan te wennen dat voor elke opdracht nu meteen afgerekend moet worden. Boter bij de vis, trouwens hier op Tenerife de normaalste zaak van de wereld!
Fieke werkt nu grotendeels voor de cerámica van Vincente, ze is helemaal vrij en kan doen en laten wat ze wil. Ideaal omdat ze haar tijden kan aanpassen naar de schooltijden van Rims.
En dan nu ons nieuwe huis. Het ligt aan een steile weg omhoog, een vrijstaande woning. Groot parkeerplaats voor ons en de buren, een trapje leidt tussen de bouganville naar de voordeur. In de hal een grote marmeren trap naar boven. Boven is een grote woonkamer en een keuken plus een grote ruimte met een toilet. Hier komt mijn werkruimte, de toilet wordt de donkere kamer. De woonkamer heeft een groot zonneterras. Aan de andere kant staan meters hoge ficusbomen. Beneden heb je zowel rechts als links van de trap slaapvertrekken, beide voorzien van eigen bad en toilet. Het geheel is volledig gemeubileerd en de keuken is compleet. Een heel apart huis, een soort kubusvorm waarbij de eerste verdieping rondom glazen wanden heeft voor een magnifiek uitzicht, af te sluiten met gordijnen. Moeilijk te vertellen, je moet het maar zelf komen bekijken.

Tot zover deze brief, ik wens jullie het allerbeste en ontvang een dikke kus van ons allen.

Rimsky

P.S. Het adres wordt vanaf 1 april Calle Belgica – Palillo 8 – Puerto de la Cruz - Tenerife

donderdag 12 november 2009

Hoofdstuk 68: Een nieuwe start

La Oratava, 8 maart 1974

Lieve allemaal,

Het huis boven ons hebben wij nu in gebruik genomen en de woonkamer doet nu dienst als studio annex ontvangkamer voor onze klanten. Natuurlijk verwacht ik niemand, klanten komen hier nooit over de vloer. De keuken heb ik omgetoverd als donkere kamer, mooier kon het niet, alles is bij de hand zoals een grote aanrecht met water en electra. Ik heb een vergrotingskoker aangeschaft voor de donkere kamer die ik nodig heb om de getypte teksten op de composer om te zetten op lithofilm en/of printjes te maken voor mijn werk.
Sinds kort heb ik ook een hulpje die in de donkere kamer werkt, Didier genaamd. Didier is een Franse jongen en een vriend van Caty, de verkoopster in Vincente z’n cerámicawinkel. Didier zat zich te pletter te vervelen en liep iedereen voor de voeten zodat Vincente mij wanhopig vroeg of het misschien een baantje voor hem was. De communicatie tussen Didier en mij verloopt moeizaam, hij spreekt Spaans met een Frans accent, voor mij onverstaanbaar en ik Spaans met een Hollands accent, voor hem onverstaanbaar. Dus hebben wij besloten om met elkaar Engels te praten. Zo goed en zo kwaad als mogelijk heb ik hem uitgelegd hoe een en ander werkt en waarvoor het dient. Naar mijn idee begrijpt hij er geen laars van en meestal moet ik het dan zelf weer over doen. Maar, hoe gek het ook klinkt, we hebben toch wel samen pret. Erg jammer dat Edward niet samen met mij wilde werken, maar even goede vrienden hoor. Ik kan mij wel voorstellen dat hij 4x per dag de afstand La Matanza/La Orotava te ver vond, zeker nu er niet zoveel werk is.
Ook Bob, onze goede vriend en voormalige staljongen stond weer plotseling voor onze neus. Of we hem alsjeblieft konden helpen, hij was volkomen berooid en had geen onderdak. Tijdens een nachtelijke overnachting op het strand (nou ja, als je een hoop rotsblokken een strand wilt noemen) is hij door een paar Spanjaarden gemolesteerd en hoewel hij zo sterk is als een beer, waren drie potige jongens iets teveel voor hem. Die jongens zullen dit pijnlijke avontuur waarschijnlijk niet snel vergeten, maar toch zag Bob er ook behoorlijk gehavend uit en we hebben hem dus maar onderdak aangeboden, maar wel met de mededeling dat hij zo snel als mogelijk iets anders moest zoeken. We hebben boven natuurlijk ook twee slaapkamers en een badkamer, maar we willen toch vrij zijn. Ik heb hem de tip gegeven om maar eens naar Theo en Helen te gaan omdat naast de studio van Edward nóg zo een ruimte leeg stond. Dat heeft hij gedaan en Helen, die kennelijk weer uit Holland teruggekeerd is, heeft meteen van zijn verzoek gebruik gemaakt en hem die ruimte toegezegd inclusief maaltijden als hij dan wel, in plaats van huur, allerlei karweitjes in en om het huis zou verrichten. En dat is natuurlijk een mooi voorstel waar hij meteen gebruik van maakte. En zo zijn we weer helemaal op onszelf!

Vincente nodigde ons enige tijd geleden uit voor een etentje bij Pablo en tijdens het eten nam het gesprek een merkwaardige wending, het ging plotseling over abortus. Hoe moeilijk dit onderwerp in Spanje lag en het nog steeds een schande was als een vrouw zwanger was zonder getrouwd te zijn en het zelfs nog gebeurde dat zo’n vrouw uit de familie werd verstoten. Kortom, om een lang verhaal kort te maken, hij vertelde verder dat het zijn vorige verkoopster in de cerámica was overkomen en of Fieke eventueel bereid was om, op zijn kosten, naar Holland te reizen om zijn voormalige medewerkster een abortus te laten ondergaan. Nou, wij begrepen meteen dat je niet zoveel kosten gaat maken om een medewerkster uit je winkel te laten behandelen en dat hij zich kennelijk schuldig voelde, temeer ook omdat Vincente een vrouw en kinderen heeft en zich als zakenman geen schandaal kan veroorloven.
Fieke heeft toen ingestemd om, nu het nog kon, naar Nederland te reizen en in het Bloemenhovekliniek in Heemstede Milagros, zoals zijn voormalige verkoopster heette, te laten helpen. Het moest allemaal zo snel mogelijk en niemand mocht er uiteraard lucht van krijgen. Milagros, die ook in de buurt van Malaga woont, is met een smoes dat ze voor een paar dagen weer naar Tenerife zou gaan om in de winkel te helpen vanaf hier met Fieke naar Nederland afgereisd en alles is voorspoedig en snel gegaan. Ze hebben beiden bij Roos en Hans in Culemborg overnacht en vier dagen later zijn ze weer op Tenerife aangekomen. Tja, het was, volgens Fieke, geen prettige reis, Milagros was, wellicht door de omstandigheden, zeurderig en dus niet het meest gezellige gezelschap. Voor Fieke was het hoofdzakelijk veel reizen en nog véél meer wachten. Hoogst vermoeid en dolblij is ze weer terug op haar honk teruggekeerd.

Zo, tot zover deze brief, ik wens jullie, ook namens Fieke en Rimsje en Snuffeltje (die lusteloos en een beetje ziek is) het allerliefste en van ons allemaal een smakkert.

Rimsky

donderdag 1 oktober 2009

Hoofdstuk 67: Donkere wolken pakken zich samen

La Oratava, 12 februari 1974

Lieve allemaal,

Vervelende ontwikkelingen hebben zich een paar dagen geleden voorgedaan tussen Theo en mij. Omdat ik elke keer weer werd geconfronteerd met vragen van Edward en Dennis, de zoon van Helen, waarom er niet voor alle werkzaamheden die ze voor ons verrichten op tijd werd betaald kon ik ze niet anders vertellen dan dat ze bij Theo, die de boekhouding voert, moesten zijn. En als ik daarover met Theo begon dan zei hij ’dat alles dik voor mekaar kwam’ en daar geloofde ik dan maar in.
Bij de start van onze samenwerking heb ik Theo gevraagd om mijn deel van onze inkomsten op de bank te laten staan en pas uit te betalen als ik er om zou vragen. Als een soort appeltje voor de dorst! Gealarmeerd echter door de vragen van Edward en Dennis vroeg ik aan Theo hoe het eigenlijk zat met mijn geld en of dat nog steeds veilig op onze rekening stond. Hoe naïef kan iemand zijn..?
Na veel gedraai merkte ik dat Theo vrij nerveus werd en mij uiteindelijk, schouderophalend verklapte dat er helemaal niets meer op de bank stond... Ik stond perplex, waar was dat geld dan in vredesnaam gebleven? En waarom wist ik er niets van?
En vreemd genoeg was Helen ook weer eens net naar Holland afgereisd. Had het misschien iets met de financiën te maken? Voelde ze nattigheid? Kortom, ik vroeg hem om mij de complete boekhouding te overhandigen en vertelde hem erbij dat ik alles, post voor post zou nakijken. Dat hij niets had overgehouden van al het werk wat we hadden gemaakt, oké, maar dat hij ook aan mijn geld had gezeten zonder mij op de hoogte te stellen nam ik hem hoogst kwalijk. ’Pure diefstal’ wreef ik hem nog onder zijn neus.
Ik heb Edward ook meteen gewaarschuwd dat er geen geld meer was om hem en Dennis uit te betalen en dat hij zich moest beraden of hij zo verder wilde gaan.

Thuis hebben Fieke en ik de hele boekhouding doorgespit en uiteindelijk zijn we tot de conclusie gekomen dat er gewoon geld was verdwenen wat niet kon worden verantwoord. Feit was dat de huur van onze studio wél maandelijks trouw aan Helen werd betaald. Ook de huurkoop van onze tekstcomposer was op tijd betaald. Het door Fieke en mij voorgeschoten bedrag voor de papierinkoop van Donde y Que, die hij keurig had terugbetaald, bleek uiteindelijk terugbetaald van ons eigen geld!!!
Omdat ik nu het gevoel had dat elke pennestreek die ik op papier zou zetten ’liefdewerk oud papier’ zou blijken te zijn ben ik ook niet meer naar La Mantanza gereden en wachtte af wat Theo zou gaan doen. Niets dus!
Inmiddels had Fieke bij onze verhuurder geïnformeerd of het huis boven ons ook gehuurd kon worden als werkruimte voor mij en eventueel voor Edward. Nou, dat was geen enkel probleem en we konden er zo intrekken. Helemaal gemeubileerd, met alles er op en er aan. Dat konden wij nu ook wat makkelijker doen omdat Fieke een vast contract heeft gekregen van Vincente om voor hem te werken als public relationmedewerkster. Dit houdt in dat ze contact onderhoudt met alle hotels in Puerto de la Cruz om de door ons gedrukte folders door de receptie aan de hotelgasten uit te reiken. Uiteraard met de bedoeling dat ze naar de winkel komen.


Theo had nog steeds niets van zich laten horen en dus ben ik na een paar dagen zelf naar La Mantanza gereden en al gauw bleek dat Theo ziek op bed lag. Griep, zei hij zelf! Aan zijn bed heb ik hem verteld dat ik aan de samenwerking een einde maakte en verder op eigen kracht zou gaan werken. Als hij van mijn diensten gebruik wilde maken dan kon dat, maar wel ’boter bij de vis!’ Verder vertelde ik hem dat ik de helft van onze spullen mee ging nemen waarbij ik alles wat hij netjes zelf had gemaakt zou laten staan en mij ging ontfermen over de tekenmaterialen plus de tekstcomposer. De teksten voor Donde y Que kon hij dan voortaan bij mij laten zetten.
Maar met het blad als zodanig wilde ik verder niets meer te maken hebben, dus zou hij het papier nu zelf moeten voorschieten. Verder waarschuwde ik hem dat ik de litho’s van de plattegrond van Puerto de la Cruz terug wilde hebben, tenslotte had ik er een hoop werk aan gehad en er uiteindelijk niets voor betaald gekregen. Kon hij misschien zelf een nieuwe plattegrond maken! Ook maakte ik hem duidelijk dat hij de naam ’Taurus’ niet meer mocht gebruiken.
Hij liet alles gelaten over zich heen gaan, maar hij wist toen nog niet dat als hij de studio binnenging zou ontdekken dat behalve een paar spaanplaten (die hij had gebruikt voor onze bureau’s en tekentafels) en wat stoelen bitter weinig was overgebleven!
Met Edward heb ik nog een gesprek gehad om bij mij in te trekken en verder met mij samen te werken, maar tot mijn stomme verbazing bleef hij liever in La Mantanza. Ook toen ik hem vertelde dat ik dan noodgedwongen een eigen donkere kamer zou aanschaffen, zodat hij dan van mij geen werk meer kon verwachten, bleef hij bij zijn besluit.
Tot zover mijn relaas over ’Taurus’ waarvan ik gelukkig de geestelijke vader ben en mij niet in de kosten hoef te steken voor nieuw briefpapier en etc.

Wel moet ik nu voor mijn eigen werk gaan zorgen, maar Fieke beloofde zich hiervoor in te zetten en binnen een paar dagen had ik mijn eerste orders al binnen. Als leuk begin etiketten ontwerpen en laten drukken voor de wijnflessen voor de bodega van Pablo en een kleurenfolder voor de cerámica van Vincente.

Maken jullie je vooral niet ongerust, we komen er wel weer uit. In elk geval zie ik het wel zitten, door de tekstcomposer kunnen ze voorlopig niet om me heen en advertenties zie ik Theo ook niet zomaar zelf maken.

Veel liefs van ons allen, inclusief Snuffeltje die ook reuze blij is met de nieuwe ruimte boven.

Rimsky

donderdag 24 september 2009

Hoofdstuk 66: Wat brengt 1974 ons?

La Oratava, 10 januari 1974

Lieve allemaal,

Laat ik beginnen met jullie, ook namens Fieke en de kleine Rims, allemaal een heel goed en vooral gezond 1974 toe te wensen. Ik heb inmiddels begrepen dat Oud en Nieuw bij jullie erg gezellig is geweest maar dat het gemis van Edward, Nora en ons beiden groot was.
Maar maak je geen zorgen, ook wij hebben Oud en Nieuw gezellig doorgebracht. Misschien een tikkie anders als bij jullie. Zoals ik al eerder schreef hebben Edward en Nora en wij eerst thuis oudejaarsavond gevierd en daarbij alvast een bodempje gevormd voor het grotere werk later in de avond!
In Puerto de la Cruz hebben wij eigenlijk een vaste bar waar wij meestal naar toe gaan en waar het een trefpunt is voor iedereen die wij kennen. Deze alcoholrijke uitspanning heet Steve’s Bar, uiteraard genoemd naar de Engelse uitbaatster Steve. Een lange, blonde schone waar het goed toeven is.
Voor we naar deze bar gingen hebben we ons laten overhalen om eerst een drankje te drinken bij Bar Berlin, en het laat zich natuurlijk makkelijk raden dat hier overwegend publiek komt van Duitse komaf.


En vóór Bar Berlin troffen wij Volkhart aan in een enigszins aangeschoten toestand. Volkhart is de Duitse financier van ons blad Donde y Que. Fieke en ik hebben hem vlak voor de Kerstdagen wat beter leren kennen omdat hij Theo en Helen en Fieke en mij als dé mensen achter Donde y Que had geïnviteerd voor een etentje. Behalve wij was ook aanwezig onze Spaanse directeur. In Spanje is het wettelijk verplicht om een Spanjaard als directeur aan te stellen. In feite een stroman die alleen zijn naam er aan verbindt. Antonio is een bijzonder vriendelijke en bescheiden man die in het dagelijks leven een administratiekantoor in Puerto de la Cruz runt en verder geen bemoeienis heeft met ons blad, behalve dan met dit soort gelegenheden.
Het etentje werd, hoe kan het anders, gegeven in een hotel van een Duitse eigenaar met in de keuken een Zwitserse kok. Deze combinatie garandeert een goede maaltijd, althans wat mijn smaak betreft.
Maar goed, in Bar Berlin (natuurlijk ook één van onze adverteerders) kwamen wij net aanlopen toen Volhart hardhandig de tent werd uitgebonjourd. Wij kwamen natuurlijk voor hem op en namen hem weer mee naar binnen wat ons niet in dank werd afgenomen. Maar nu hij meer support had durfde niemand hem er weer uit te smijten. Toen wij op het laatst meer Duitse schlagers hadden gehoord dan wij kunnen verdragen togen wij naar Steve’s Bar waar veel Hollanders zich plegen te verzamelen, traditiegetrouw met een glas in de rechterhand. En de een heeft nog een grotere bek dan de ander, want ja, het blijven natuurlijk wel Hollanders! Maar uiteindelijk is het wel een gezellige avond geworden die duurde tot zonsopgang. Wel prettig hoor, met zonlicht naar huis rijden!
Nieuwjaarsdag hebben wij doorgebracht in alle rust en met koppijn, nee, voorlopig komt er bij ons geen druppel alcohol meer in huis. En dat zeg ik niet alleen, half Tenerife heeft namelijk dezelfde goede voornemens.

Ik wens jullie het aller, allerbeste en ook namens Fieke en de kleine het allerliefste toegewenst.

Rimsky

vrijdag 21 augustus 2009

Hoofdstuk 65: Taco

De foto’s zijn van mindere kwaliteit omdat ze afkomstig zijn uit een meer dan 35 jaar oude 8 mm film!

La Orotava, 14 december 1973

Lieve allemaal,

Allereerst nog hartelijk dank voor jullie felicitatiebrieven. Ook van de familie van Fieke kreeg ik diverse leuke kaarten opgestuurd en dat mij deed me best wel goed. Ik ben dus nog steeds niet vergeten.
Mijn verjaardag hebben wij gevierd door overdag naar het nieuwe strand van Santa Cruz te rijden, een beetje bij de haven rondlopen en een bezoekje aan de kermis… nou ja, als je een draaimolen met wat losse kraampjes een kermis wilt noemen.


’s Avonds hadden wij een huis vol bezoek. Ook Edward en Nora waren van de partij en Nora had wel een héél nare ervaring. Toen ze gebruik maakte van het toilet zag ze plotseling een hoofd bij het w.c.-raampje. Uiteraard schrok ze zich kapot en meteen toen ze het vertelde ging een hele ploeg mannen de tuin in en de straat op om te kijken of we iemand of iets konden ontdekken. Maar waar we ook keken, hoe we ook zochten, niemand of niets te zien! Maar Nora blijft stellig beweren dat er echt een hoofd bij het raampje bewoog. We zullen helaas nooit te weten komen wie of wat Nora heeft gezien…

Ik weet niet hoe het precies kwam, maar plotseling is Rimsky gaan zeuren over een broertje of een zusje. Wij denken omdat hij altijd met de buurmeisjes speelt en dan natuurlijk ziet dat andere kinderen broertjes en/of zusjes hebben ’…en ik heb helemaal niks en ben altijd alleen..!’
Fieke heeft op zeker moment de stoute schoenen aangetrokken en kwam, ook voor mij zeer onverwacht, thuis met, hou je vast… een tekkel! Een gladharige tekkel Taco genaamd, met papieren en een gezondheidsverklaring. Al snel zijn wij hem Snuffeltje gaan noemen, met zijn lange spitse snuit ruikt hij, al vrolijk kwispelend, overal aan. En natuurlijk was Rims uitermate blij omdat hij nu een leuk speelkameraadje heeft. De eerste been die wij speciaal voor hem bij de slagerij hebben gekocht heeft hij listig ergens in de tuin begraven, kennelijk voor slechtere tijden.


Langzamerhand zagen wij dat hij overal gaten aan het graven was onder de bijna bloeiende Kerstrozen. Heel merkwaardig, de tuinman had op een goeie dag allemaal stokken in de grond gestoken en omdat wij dachten dat het wel ergens goed voor zou zijn hebben we ze gewoon laten staan. Behalve Rimsky die zo’n stok uit de grond trok om er mee te spelen. Tot de tuinman dat zag en hem verbood om met die stokken te spelen. Toen Fieke de tuinman vroeg waar die stokken goed voor waren antwoordde hij dat het Kerstrozen waren! En inderdaad, na een maand begonnen de stokken blaadjes te krijgen en nu staan ze bijna in volle bloei. Trouwens over het hele eiland, je gaat er nu op letten. Het moet hier op het eiland wel erg vruchtbaar zijn, ik geloof zelfs dat als je een lucifer in de grond stopt er nog een aardige boom uit groeit!
Snuffeltje is nog niet helemaal zindelijk en Fieke probeert hem nu met harde hand van zijn slechte gewoontes af te helpen. Reden dus voor hem om steeds naar mij toe te komen en dat gaat ver. Toen ik van de week wakker werd lag Snuffel onder de dekens aan mijn voeteneind te snurken als een bootwerker. En dat was van korte duur, want Fieke heeft hem de slaapkamer uitgebonjourd met een gratis lesje vliegen.


Verder vindt hij autorijden heerlijk, met het raam naar beneden en zijn snuit naar buiten zit hij parmantig op de achterbank met fladderende oren door de wind en heb je geen kind aan hem. En om heel eerlijk te zijn, hij was voor Rims bestemd maar is langzamerhand van mij geworden… ja, zo gaat dat!

De zaken zijn niet om over naar huis te schrijven, maar laat ik het maar wel doen. Hoewel zo langzamerhand iedereen er aan gewend is dat je nu plotseling wel overal kunt parkeren blijft het grote buitenlandse bezoek weg. Natuurlijk, Theo en ik werken ook voor onze eigen klanten en we hebben best wel wat werk, maar het blijft een moeizame tijd. We zitten zelfs te dubben of we een volgend nummer van Donde y Que moeten uitbrengen, we hebben advertenties genoeg, maar worden ze straks ook wel betaald? En met dat dilemma wilde ik deze brief beëindigen.
Wij wensen jullie heel prettige Kerstdagen en voor zover jullie dat gaan vieren een heel gezellig Oud en Nieuw. Zelf gaan we met Edward en Nora oudejaarsavond hier thuis vieren om later, dus na twaalf uur naar Puerto de la Cruz te gaan om de stad en vele bars onveilig te maken.

Veel liefs van ons allemaal, maak je niet al te veel zorgen, we komen er wel uit met de situatie hier.

Rimsky

maandag 17 augustus 2009

Hoofdstuk 64: Oliecrisis

La Orotava, 12 november 1973

Lieve allemaal,

Na onze terugkomst op Tenerife is er nogal veel veranderd. Op de tv zagen wij de beelden over de Arabische olieboycot die onder andere ook Nederland heeft getroffen. Hiervan hebben wij nog niet direct last en er is nog volop benzine te krijgen omdat de olie hier uit Venezuela komt. Maar wel merken we duidelijk dat het toerisme opeens is ingestort. Er komen vrijwel geen toeristen meer hier naar toe en dat is met het vooruitzicht van de maand december, toch altijd een drukke tijd hier, desastreus voor de economie van de Canarische Eilanden. Alles drijft hier op het toerisme. Langzaam zie je hoe het ene restaurant na het andere sluit, plotseling zijn vele hotels volkomen leeg, personeel wordt ontslagen, er heerst grote somberte.
Ook wij merken natuurlijk duidelijk dat er een teruggang is te bespeuren in onze opdrachten, adverteerders voor ons blad trekken zich terug of zijn er plotseling vandoor gegaan. De eigenaar van een van de grootste nachtclubs hier, ook een Hollander, is net als zoveel anderen, plotseling met de noorderzon vertrokken met achterlating van een zee aan schulden. En ja, inderdaad, ook wij kregen nog geld van hem.
Het Chinees/Indische restaurant van Guus, de Amsterdamse eigenaar, is ook gesloten en wordt nu op een andere locatie, maar wel stukken kleiner, voortgezet. Ze blijven dus wel doordraaien en dat is een prettige gedachte omdat wij onze portie saté dus niet hoeven te missen. Maar hoe lang blijft dat nog?
De Duitse financier van Donde y Que heeft ons meegedeeld dat hij niet langer het papier voor het blad wil voorschieten (papier wil Maype, onze drukker, altijd contant vóór het drukken betaald hebben) en of wij dat maar zelf voortaan willen voorschieten. Theo zat meteen in zak en as omdat dát geld er gewoon niet is. Wat ik eigenlijk ook weer vreemd vind, waar blijft dat geld toch allemaal? Langzamerhand begin ik te begrijpen dat diverse mensen uit dezelfde ruif mee eten en daardoor maar weinig geld overblijft voor het vele werk wat wij verzetten. Maar goed, om het drukken van het blad niet te stagneren hebben Fieke en ik het maar zolang voorgeschoten, wel met de angstige vraag of wij het geld ooit nog wel terug zullen krijgen. Want als de situatie hier zo blijft en de ene zaak na de andere sluit, ja, wat moet je dan met een blad voor toeristen die niet meer komen?
Maar voor de rest gaat alles z’n gangetje. Elke zondag rijden wij naar het zwarte zandstrand van San Marcos om de lekkerste calamaris van de wereld te eten of naar Los Cristianos om van de lekkerste kip van het spit van Tenerife en omstreken te smullen, en omdat het overal erg rustig is ben je plotseling de beste klant en wordt je letterlijk met open armen ontvangen!
De achtergebleven buitenlanders hebben een hechte band, we weten allemaal dat het maar tijdelijk is en proberen er maar het beste van te maken. We komen er wel weer overheen. Althans, dat hopen wij...

Ik wens jullie het allerliefste en hoop in mijn latere brieven weer wat positievere berichten te mogen optekenen. Ook namens Fieke en de kleine Rims de nodige smakkerts en het allerliefste toegewenst.

Rimsky

zaterdag 18 april 2009

Hoofdstuk 63: Een korte vakantie in Holland

Het begin van onze vakantiereis naar Nederland ging niet meteen van een leien dakje.
Op de dag van ons vertrek hadden wij ons aangekleed als ’toeristen’, ik had een camera over mijn schouders, Fieke sleepte met een bos bloemen (Birds of Paradise oftewel Strelitzia’s) in haar hand en de kleine Rims liep rond met een speelgoedezel onder zijn arm. In niets waren wij te onderscheiden van andere toeristen. Mijn zakenpartner Theo en zijn Helen kwamen ons nog uitzwaaien en Rims hadden wij vooraf nadrukkelijk verzocht om vooral géén Spaans te praten.


Toen het zover was dat we met de airportbus naar het vliegtuig moesten, passeerden we de controle met onze boardingkaart en paspoort in de hand. Er werd, op een enkele steekproef na, nooit naar het paspoort gevraagd en daar gokten wij dan ook maar op. Toen de kleine Rims als eerste langs de controleur liep zei de man iets aardigs tegen hem en aaide hij hem over zijn haren en tot onze ontsteltenis gaf Rims hem in rap Spaans antwoord! Je zag de man hoogst verbaasd kijken maar hij zei verder niets. Een hoogst ongemakkelijke situatie. Eindelijk waren wij in het vliegtuig, iedereen zat, de deuren werden gesloten en de motoren werden gestart en tergend langzaam begon het toestel te taxieën om plotseling met een schok weer te stoppen. De deur werd weer geopend, een trap werd tegen het vliegtuig geplaatst en een tweetal heren kwamen het toestel in en er volgde voorin een druk gesprek tussen de beide mannen en een stewardess. Lijsten werden vergeleken, er werd steeds naar achter gewezen, weer in de lijsten en naar binnen gekeken terwijl Fieke en ik alles met angstzweet volgden. Het zou toch niet waar zijn dat… maar na 5 minuten verdwenen de heren weer, de deur werd weer gesloten en voor we het goed en wel beseften stegen wij schuin in een grote bocht op, richting Holland.
Over onze vakantieplannen naar Holland had Fieke met geen woord met haar ouders en verdere familie gerept. Ze wilde, als verrassing, plotseling voor hun neus staan.
Op de dag dat Fieke haar ouders hun 35-jarig huwelijksfeest met de hele familie gingen vieren waren wij al vroeg in de middag in De Meern, waar haar ouders ook sinds enige tijd woonden. Bij een cafetaria vlakbij gingen wij iets drinken en Fieke belde ondertussen haar ouders op om ze te feliciteren en zowel haar vader als moeder kwamen aan de lijn en vertelden hoe erg ze het vonden dat wij er niet bij konden zijn. ”Ja, dat is dan wel weer een groot nadeel als je zó ver weg woont, je kunt er nooit meer bij zijn! Maar het lijkt wel of je vlak bij bent, zo duidelijk kunnen wij je verstaan..!”
Nadat Fieke haar ouders nog heel veel liefs en een plezierige dag had toegewenst stapten wij, met de bos Strelizia’s, richting Laan 1940-1945 om ze te verblijden met onze aanwezigheid! En waarachtig, dat was een geslaagde verrassing waarbij menig traantje vloeide.

Na 14 dagen wilde ik weer terug naar Tenerife, het werk riep en ik had het wel weer gezien in Holland, maar helaas konden wij niet samen terug reizen, want de vliegtuigen zaten vol. Nog één ticket kon ik bemachtigen, twee andere tickets waren voor een week later. Dus bleven Fieke en de kleine Rims achter.

Onze paspoorten waren na onze terugkomst weer voor drie maanden ’in orde’ en wij hielden ons voor om vanaf nu alles correct af te handelen en te werken aan onze permanencia (verblijfsvergunning).